Arabisch op reis

Arabisch op reis, de Marokkaanse variant

Refuge

Shukran (uitspraak: sjoekran)= dank u/je wel
Shukran besef = veel dank

Sebag/ch el gheir (uitspraak: sebag el geer) = goedemorgen
Massaah el gheir = goedemiddag/avond
Laila saida (uitspraak: La-iela sa-ieda) = goedenacht
Sebag/ch el noor (uitspraak: sebag al noer) = goedemorgen als antwoord
Massaah el noor = goedenavond als antwoord
Sebach en massaah el gheir kunnen ook als antwoord gegeven worden.
Nur, Noor = licht, stof waarvan engelen gemaakt zouden zijn

Salaam Aleikum = goedendag.
Aleikum Salaam = goedendag terug.
Salaam = hallo (met vrede).
Ma Salama = tot ziens (met vrede).
Bislema, Beszlama = tot ziens, dag.
Lebas? = alles OK, alles goed?
Lebas = alles goed (als antwoord).
Lebas hamdullah = goed, God zij geprezen.
Bismillah = in de naam van God (bijv ook als proost of voor het eten).
Keifa haleka = hoe is het (met je gezondheid)?
L-hemduli-llah (ook; hamdullah, alhamdoelillah) = God zij geprezen, lof zij God, ook na het eten, maar ook als antwoord op hoe gaat het?
Wa antie, keifa haleka? = En met jou alles gezond/goed?
In Sha ‘Allah = Deo volente, zo God/Allah het beschikt/wil.
Allah Akbar = God/Allah is groot.
Begheir (begeer) = goed.
Allah = God.

Albaraka, baraka = gezegend, met zegening, als door God/Allah aangeraakt, brengt voorspoed.
Mabroek / Mubarak = gefeliciteerd (komt van baraka, zegening).
Waafi = betrouwbaar, te vertrouwen.

Shwieja= een beetje.
Shwieja shwieja = rustig, rustig aan, zonder haast.
Imik imik = rustig aan / zonder haast in Berberdialect.

Jalla = gaan (we gaan).
Jalla jalla = gaan onmiddellijk (we gaan nu meteen).
Saafie! = genoeg

Wachha of wagga = OK.
Taffadghali of tfetDDli, tegen man; tfeddel en tegen vrouw; tfeddli = alstublieft (verschilt per dialect).

Habibi = schatje (habiebti voor jongen).
Marokko is een mooi land = I -magrib balad zwien.
Zwien = mooi (mnl), Zwina = mooi (vrl).

Masjid = Moskee (plaats van nederwerping, overgave).
Madrasa of  Medersa = (koran)school.
Minaret = toren van de moskee.
Muezin = gebedsvoordrager (vanaf minaret).
Imam = voorganger in moskee.
Mihrab = gebedsnis.
Qibla = gebedsrichting (Mekka).
Eid ul fitr = suikerfeest (kleine feest).
Id ul Adha of Id ul Kebir (kebir = groot) = offerfeest (grote feest).
Hadith = overleveringen over het doen en laten en spreuken van Mohammed. Aanvulling op de Koran.
Soenna = gedragsregels opgetekend door opvolgers van de profeet.
Fitna = periode van chaos.
Fatwa = een juridisch advies.
Sharia = wetten binnen de Islam.
Jihad = strijd, zowel uiterlijk als innerlijk. De grote jihad is de innerlijke strijd met jezelf om goed te zijn.
Oemma = wereldwijde Islamitische gemeenschap.

5 zuilen uit de Islam:

  • 1 La ilaha illallah = er is geen godheid dan God.
  • 2 Salat = gebed.
  • 3 Sakat = aalmoezen geven aan de armen.
  • 4 Hadji = pelgrimstocht (naar Mekka).
  • 5 Ramadan = vastenmaand.

Dunya = wereld.
Medina = (oude) stad.
Mellah = Joodse wijk.
Souk = markt.
Ksar = versterkt lemen dorp.
Ksour = meervoud van ksar, maar feitelijk ook leefgemeenschap van meerdere huizen die een geheel vormen.
Kasbah = burcht, goed verdedigbaar. (Vaak komen er mengvormen van ksar, ksour en kasbahbouw voor).
Riad = stadswoning met binnenpatio. Vaak van buiten onherkenbaar, maar eenmaal door de voordeur ontvouwt zich een prachtig gedecoreerde, rond patio gebouwde, woning.
Hammam / hamam = bad, badhuis.
Bab = poort.
Foendoek / funduk = hotel.

Tajine= stoofgerecht, zowel het gerecht als de speciale tapstoelopende schaal.
Kefta = gehakt.
Harira = soort bonen/linzen/groente/tomaat achtige soep, belangrijk tijdens de Ramadan! En in Marokko een belangrijke nationale soep.

Kaftan= draagkleed zonder capuchon (veelal voor binnen).
Djelabba = draagkleed met capuchon (veelal voor buiten).

Djebel of djebl of zjebl = berg.
Gorge = kloof.
Wadi = rivier (droogvallend of droogstaand).
Oued = rivier (kan droog of met water zijn).
Zjaziera / Jasira= eiland.

Halal = rein.
Haram = onrein.

Boelisi = polite.
Erkonditioning = airconditioning.
Alkoel = alcohol.
Ananas = ananas.
Omboelans = ambulance.
Farmasji(n) = apotheek.
Aspierien= aspirine.
Diaree = diaree.
Kart postal = postkaart.
Seedee = CD.
Santimetr = centimetre.
Sjek = cheque.
Tsjips = chips.
Bisklieta = fiets.
Toenoebiel= auto.
Toebies = autobus.
Djie pie es = GPS.

Na-am / IJeh = ja.
La = nee.

Per regio en per Arabisch land kunnen woorden nogal verschillen. Met deze lijst heb je de meest voorkomende woorden. Kijk ter plaatse welke varianten gebruikt worden. Schrijfwijze in het Latijnse schrift kent over het algemeen meerdere mogelijkheden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

De volgende HTML tags en attributen zijn toegestaan: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>